DE GESCHIEDENIS VAN GROENINGEN

198.000 V. CHR.

Een zeer natte geschiedenis

Na de ijstijden lag het gebied van Groeningen op het snijvlak van de hoge zandgronden van het Drents Plateau, de kleigronden in het noorden en de zich steeds verder uitbreidende veengroei. Bodemvormende processen als kleiafzetting en veenvorming wisselden elkaar in de loop van de tijd af. Ondanks deze dynamiek was er één constante factor: door het samenkomen van verschillende beeksystemen, de lage ligging, de aanwezigheid van slecht doorlaatbare lagen en de invloed van zee kent Groeningen een zeer natte geschiedenis.

800 N. CHR.

Bodemvormende processen

Bodemvormende processen binnen Groeningen op het snijvlak van zand (geel), klei (groen) en veen (bruin). De drie pijlen geven de afstromingsrichting aan van de beken De Hunze, Drentsche Aa en het Peizerdiepsysteem. De roodzwarte stip is de locatie waar de stad Groningen zich heeft gevormd. Al vroeg vond bewoning plaats; de hunebedbouwers hebben ook in dit gebied hun sporen nagelaten. In de veengebieden werd begonnen met het aansnijden van veen. De veenwinning heeft belangrijke economische voorspoed gebracht. Het zorgde echter ook voor een belangrijke daling van het maaiveld. Hierdoor mineraliseerde het overgebleven veen en verging. Door daling van het maaiveld werd de waterhuishouding complexer (vernatting).

1200 N. CHR.

Verspreiding van veenterpen

Heemstedes zijn te vinden op plaatsen waar vroeger bewoning heeft plaatsgevonden en het veen veel minder is geoxideerd, onder andere vanwege verdichte vloeren. Hierdoor steken ze enkele decimeters boven het maaiveld uit. Door vernatting van de omgeving hebben de bewoners zich geleidelijk terug getrokken naar de hoger gelegen ruggen en de zuidelijker gelegen gebieden op de uitlopers van het Drents Plateau.

1855 N. CHR.

Ontwikkeling grootschalige akkerbouw

Ook het Paterswoldsemeer en het aangrenzende Friesche Veen is door veenwinning ontstaan. Voor het Leekstermeer en het Schildmeer wordt uitgegaan van een natuurlijke oorsprong. Midden-Groningen en het gebied ten oosten van het Zuidlaardermeer liggen nu aanzienlijker lager dan in de periode voor veenontginning: hier zijn forse pakketten veen afgevoerd. Nadat het turf gewonnen was, is dankzij intensief waterbeheer op de dalgronden grootschalige akkerbouw tot ontwikkeling gekomen. De ontwikkeling aan de westzijde van het Zuidlaardermeergebied is ontstaan vanuit de esdorpen op de Hondsrug met akkerbouw op de hooggelegen essen en veehouderij op de flanken en lagere delen van het gebied.

2000 N. CHR.

Volop variatie

Volop variatie in Groeningen, zowel qua landschap, bodemopbouw en hoogteverschillen. Daarnaast komen binnen Groeningen verschillende watersystemen samen. Het gebied kent vier gescheiden watersystemen: het Eelder- en Peizerdiepsysteem, de Drentsche Aa, de Hunze en het watersysteem van Midden-Groningen (Fivelingo/Duurswold). De systemen zijn onderling gescheiden door de hoger gelegen ruggen en de hogere gronden.

VANDAAG

Groeningen

Door de samenwerking tussen Staatsbosbeheer en het Lectoraat Cooperatief Duurzaaam Ondernemen van de Hanzehogeschool wordt het natuurgebied Groeningen op de kaart gezet. Groeningen is uniek door de geschiedenis en heeft eigenschappen die in andere natuurgebieden vaak ontbreken. Kortom heeft Groeningen alle potentie om te beleven, beschermen en benutten.

HET IS ER ALTIJD GEWEEST, MAAR NIEMAND DIE HET WEET

GROENINGEN: WAAR LIGGEN DE KANSEN?

DE LAAGVEENGORDEL: EEN EERSTE VERKENNING VAN HET GEBIED

De verschillende natuurgebieden die samen Groeningen vormen bestaan al lang of zijn recent ontwikkeld. Ze hadden nooit veel met elkaar te maken. De gemeenten en provincies in de regio Groningen – Assen viel dit op en lieten een eerste verkenning maken, waarin het laagveengebied juist eens als één geheel werd beschouwd. Bureau Elzinga & Oterdoom sprak vervolgens met overheden en belangenorganisaties en deed onderzoek. In 2013 verscheen hun eerste verkenning van het gebied: ‘De Laagveengordel’.

Wat kwam er uit dit onderzoek? In de eerste plaats dat het gebied een ‘wetland van formaat’ is. Uniek omdat het zo groot is en door de wisselende waterstanden veel bijzondere natuur heeft. Het gebied zou wel eens het mooiste woonwerklandschap én het grootste waterbergingsgebied van Nederland kunnen worden. Dat laatste punt is extra belangrijk, omdat door bodemdaling en klimaatverandering de kans op extreem weer en overstromingen toeneemt.

Ook liet het onderzoek zien dat één Groeningen een goede impuls kan zijn voor de recreatie en toerisme in het gebied. Vaak ontgaat mensen de maatschappelijke, klimatologische én economische waarde van het gebied, omdat het zo versnipperd is. Bekijk je het gebied echter als geheel, dan zie je al snel dat er nog veel meer mogelijk is.

Het Groeningen Netwerk gaat samenwerken om het gebied te ontwikkelen en inmiddels hebben zich meer dan 25 partijen gecommitteerd aan het netwerk. Regio Groningen-Assen faciliteert vanaf 2020 dit proces.